Wel of geen subsidie voor tennisclubs in Venray?

In het nieuwe accommodatiebeleid, dat momenteel wordt opgesteld door Hospitality Group uit Amersfoort, valt de beslissing of gemeente Venray de tennissport gaat subsidiëren. Die vraag werd nog niet concreet beantwoord tijdens de bijeenkomst voor raadsleden op donderdag 17 januari in het gemeentehuis. De komende maanden komt er duidelijkheid, want in april is het eindrapport klaar.

Dick Leijen van Hospitality Group vertelde dat in Nederland de meningen zijn verdeeld. “Vijftig procent van de gemeenten geeft geen geld aan tennis, de andere vijftig procent levert wel een bijdrage aan renovatie van tennisparken.” Hij verklaarde dat dit historisch zo gegroeid is. “Tennis werd lang gezien als een elitesport. Dat geldt nu niet meer.” Venrayse tennisverenigingen voeren een lobby om in aanmerking te komen voor subsidie. Ze eisen een gelijke behandeling als alle andere sportverenigingen. Daar valt volgens Leijen wel iets van te zeggen. Tijdens de gespreksrondes met verenigingen in oktober lieten de tennisclubs ook duidelijk van zich horen. “Ze kwamen goed beslagen ten ijs.”

Buitensport
Gemeente Venray is nu jaarlijks 552.000 euro kwijt aan de buitensport. Er zijn acht tennisverenigingen in de gemeente die samen goed zijn voor ruim duizend leden. Het probleem is volgens Hospitality Group de overcapaciteit. “Er liggen 39 tennisbanen terwijl er behoefte is aan 26. Er zijn dertien banen teveel terwijl het ledenaantal al jaren krimpt. Het is dus een stevige overcapaciteit. Er moet iets gebeuren. Meer samenwerking of bundeling”, stelde Dick Leijen.


Als de tennisclubs worden opgenomen in het accommodatiebeleid dan gaat de gemeente uit van de basisvoorziening en dat is 26 tennisbanen. Bij de toepassing van de bestaande regel dat twee derde deel van de investering wordt betaald door de gemeente, en een derde deel door de vereniging zelf, zou de tennissport jaarlijks 60.000 euro kosten. Bij deze berekening is uitgegaan van een vervangingstermijn van tien jaar voor een tennisbaan.


Bezit
Tennisbanen zijn geen gemeentelijke accommodaties, ze zijn in bezit van de verenigingen. Dat hoeft volgens enkele raadsleden geen belemmering te zijn. Harrie van Oosterhout (VVD) vroeg zich af waarom tennis een andere behandeling krijgt dan andere sporten. Volgens Dick Leijen zijn hier inhoudelijk geen argumenten voor. Hij merkte op dat de meeste tennisverenigingen zich prima redden, ondanks het gemis aan overheidssteun. De extra kosten van 60.000 euro kunnen volgens hem worden bespaard door drie voetbalvelden af te stoten of het aantal gymzalen te verkleinen. Wethouder Anne Thielen (CDA) meldde dat het nieuwe accommodatiebeleid geen bezuinigingsoperatie is. “We willen het budgetneutraal uitvoeren.”


Toekomstbestendigheid
De raadsleden raakten in discussie over de overcapaciteit en toekomstbestendigheid van de tennisparken. VVD vindt dat de gemeente zich er niet druk om moet maken. “We mogen er geen sterfhuisconstructie op loslaten”, vond raadslid Bas Künen. “We moeten het aan de verenigingen overlaten om overtollige banen af te stoten.” CDA-commissielid Martin Wijnhoven is voorzitter van TC Oostrum. Hij pleitte ervoor een nulmeting te houden van alle tennisbanen. “Dan krijgt de gemeente duidelijk in beeld wanneer de banen aan vervanging toe zijn.” Wijnhoven zei dat in het voorzittersoverleg van de tennisverenigingen een betere capaciteitbenutting onderwerp van gesprek is. “We zoeken naar een goede match om het banengebruik te optimaliseren.” Dick Leijen merkte op dat de trend dat tennisclubs overstappen naar duurdere kunststofbanen weer aan het keren is. “Je ziet tegenwoordig dat er weer meer banen van een verbeterde soort gravel komen.” Hij concludeerde dat de raadsleden nog geen standpunt innemen over mogelijke tennissubsidie. “Het is nog te vroeg om ja of nee te zeggen.”


Tekst en beeld: Henk Willemssen