Geplukt Jacques van den Bosch

Hij werd geboren in Heerlen waar hij als 10-jarige jongen de oorlog meemaakte. Nadat hij op latere leeftijd een baan vond in Venray, verhuisde hij met zijn vrouw naar Noord-Limburg. Van kinds af aan bespeelt Jacques de piano en dit doet hij nog steeds met veel plezier. Deze week wordt Jacques van den Bosch (87) uit Venray geplukt.

Op 10-jarige leeftijd maakte Jacques de Tweede Wereldoorlog mee in Heerlen waar hij werd geboren en opgroeide in een gezin met vijf kinderen. Hij kan zich de dag 17 september 1944, waarop de stad werd bevrijd, nog goed herinneren. "Ik was een nieuwsgierige jongen die vaak op straat tussen de soldaten te vinden was. Op het moment dat de Amerikanen Heerlen binnenkwamen was ik uiteraard weer op straat. Het leek net een invasie van mars. Ik had eerder al SS'ers gezien en soldaten van de Wehrmacht en dat zag er magisch uit. Vergeleken met de Duitsers waren de Amerikanen marsmannetjes met koekblikken als tanks." Van de bevrijders kreeg Jacques vier Chesterfield sigaretten en limoenpoeder. Met die buit ging hij terug naar huis waar hij een boze vader aantrof. "Mijn vader sloeg me op mijn kont en zei: 'Rot jong, waar ben je geweest?' Blijkbaar werd er nog geschoten op straat en daar was ik dwars doorheen gelopen."

Heerlen werd een rustcentrum met tentenkampen voor de Amerikanen. Na de bevrijding was Jacques veel te vinden bij de Amerikaanse soldaten. "Wanneer ik zei dat ik een knappe zus had, kreeg ik chocolade van ze", vertelt Jacques lachend.

Tijdens de oorlog was Jacques' vader bij het verzet; hij zorgde voor de opslag en verspreiding van een verzetsblaadje. "Ik weet nog goed dat ik ruzie kreeg met een jongetje uit de buurt. Ik zette hem op zijn plaats. Maar zijn vader bleek bij de Duitse SA te zijn, waardoor we bezoek kregen en ons hele huis doorzocht werd. Mijn moeder kreeg een hartverzakking, maar de verzetsblaadjes die onder de traploper verstopt lagen, werden niet gezien." Het gezin liep op een later moment nogmaals gevaar. Jacques' vader speelde viool en wilde dat Jacques de piano ging bespelen. Hij kreeg les van een pianolerares, maar toen zij hoorde dat het gezin naar de verzetsradio luisterde, was dit al snel voorbij. "Het bleek een zus van een NSB'er te zijn. Wederom kregen we een huisdoorzoeking. Daarna heeft ze via haar broer ervoor gezorgd dat mijn vader zijn baan verloor. Ik heb het nooit begrepen dat mijn vader bij het verzet zat. Ik heb vaak gedacht: 'Man ben je hartstikke gek, je hebt een vrouw en vijf kinderen."

Jacques ziet de oorlog als een nare tijd. "Met een herdenking krijg ik nog altijd de kriebels. Indirect liep je in de oorlog altijd gevaar. Ik heb vaak geraakt kunnen worden door kogels, omdat ik op straat stond te kijken." Toch werd Jacques weer aan de oorlog herinnerd toen de dienstplicht werd ingevoerd. "Tijdens de dienstplicht heb ik kennisgemaakt met onderdrukking en drillen. Daar heb ik niet de beste herinneringen aan. Ik vond het tijdverspilling; het voelde als twee verloren jaren. Net zoals in mijn kindertijd was ik in dienst dwars. Ik heb zelfs drie weken in de 'bak' moeten zitten. Dit kwam omdat een korporaal wilde voorkruipen toen wij soldaten in de rij stonden voor het eten. Ik zei tegen hem dat hij achteraan moest aansluiten, maar daar heeft hij zich over beklaagd. De volgende dag werd ik voor een hele zaal door de adjudant uitgemeten en heb ik drie weken lang in de avonduren opgesloten gezeten."

Na afloop van de diensttijd behaalde Jacques een diploma op de HTS Bouwkunde. Daarna leerde hij zijn vrouw Anna kennen. Het stel kwam elkaar tegen in Heerlen waar niet meteen de vonk oversloeg. "In eerste instantie was ze niet mijn type. Ik vond wel dat ze een goed figuur had. Ik heb toen tegen haar gezegd dat ze een leuk hondje had", vertelt Jacques lachend. "Ik had toen nog een andere vriendin. Pas op een later moment, toen Anna en ik elkaar weer tegenkwamen is het wat tussen ons geworden. Mijn vrouw is nu nog altijd aan het vissen wie mijn vriendinnen zijn geweest vroeger. Ik zeg altijd tegen haar: 'Na jouw tijd ben ik een brave jongen geweest, maar je hebt er niks mee te maken wat er voor die tijd is gebeurd", schatert Jacques. Samen heeft het stel vijf kinderen, dertien kleinkinderen en één achterkleinkind.

Jacques werd door zijn vader vroeger omschreven als een luie donder. "Ik was als jongetje het type dromer. Toch was ik actief; ik heb op hockey, volleybal en waterpolo gezeten, maar op de middelbare school was ik absoluut niet actief. Als ik een baantje moest nemen in de vakantie voor straf zei pa altijd: 'Kun je mijn zoon niet aan een rotje werkje helpen? Knijp die jongen maar eens flink af'. Baantjes waren meer een straf voor mij." Toen zijn schoonmoeder in de jaren '60 een advertentie in de krant zag, ontstonden Jacques plannen om te vertrekken uit Heerlen. "In de krant stond een baan waarbij voor huisvesting werd gezorgd. Toen dacht ik: hier moet ik weg." Jacques en zijn vrouw verhuisde naar Mierlo waar Jacques gemeenteambtenaar werd. In 1962 werd hij ambtenaar bouw-, en woningtoezicht bij gemeente Venray en verhuisde het stel naar Venray. "Daar heb ik tot mijn pensioen gewerkt. Ik ben altijd fluitend naar mijn werk gegaan."

Nu houdt hij zich vooral bezig met de zorg voor zijn vrouw, huishoudelijke taken en enkele hobby's. "Ik heb meer begrip gekregen voor het begrip huisvrouw. Ook ben ik erachter gekomen dat multitasken meer voor vrouwen is bedoeld. Verder ben ik de hele dag bezig met zin en onzin. Mijn drang is om alles snel te doen, maar ik merk dat dit op mijn leeftijd niet altijd lukt."

Al achttien jaar zit Jacques bij het Venrayse koor Het Zonnelied, waar hij de orgel bespeelt. Hij speelt al tachtig jaar piano, maar leerde in de Paterskerk in Venray om orgel te spelen. "Ik had dat wel eens gedaan. Het is ook niet de moeilijkste muziek die we spelen. Zingen kan ik ook wel een beetje, maar daarvoor kom ik adem tekort. Mijn zus is wel een professioneel zangeres geweest. Het zit dus wel in de familie." Ook is hij sinds kort bezoeker van het Leescafé in St. Anna, waar hij veel achter de piano te vinden is. "Ik heb me altijd geïnteresseerd in stedenbouw en ik denk dat ik een keer ben gaan fietsen om te kijken wat er nog in leven was van het gebouw. Al fietsend heb ik het Leescafé ontdekt."

Tekst en beeld: Jeanine Hendriks